Het principe van zeefdruk is simpel. De drukinkt wordt door de drukvorm heen op het te bedrukken materiaal aangebracht. Dit is natuurlijk heel makkelijk gezegd, maar hoe gaat zeefdrukken nu precies in zijn werk?
Een stalen of aluminium raam is bespannen met een gaas van polyester (de drukvorm). Dit gaas is de drager van de sjabloon, die er via mechanische weg op wordt aangebracht. De sjabloon dekt die delen van het gaas af, die geen drukinkt mogen doorlaten. De open delen in de sjabloon laten de inkt wel door, dat zijn de ‘drukkende’ delen.
Het rakel bestaat uit een houten of metalen houder, waarin een kunststof (polyurethaan) of rubberen strip is geklemd. Hiermee wordt de inkt over de drukvorm uitgestreken. De mazen van het gaas worden bij de heenstreek van de rakel met inkt gevuld. Bij de terugstreek wordt die inkt door het gaas naar beneden gedrukt op het onderliggende materiaal.
Zeefdrukramen opgeslagen tot ze belicht worden
Het belichten van een raam gebeurt met UV licht.
De drukvorm.
De drukvorm is een raam bespannen met gaas. Vroeger gebruikte men natuurzijde, maar tegenwoordig gebruikt men polyester weefsels. De keuze in verschillende soorten en kwaliteiten wordt voornamelijk bepaald door het soort drukwerk. Voor ‘grof’ drukwerk gebruikt men grof gaas en voor fijn werk fijn gaas. De verschillen in gaassoorten worden uitgedrukt in nummers. Bijvoorbeeld: een gaas 150 heeft 150 draden per strekkende centimeter (schering en inslag), dus 150 x 150 = 22,500 maasopeningen per cm2.
Om met een drukraam te kunnen drukken, moet eerst het te drukken beeld worden overgebracht. Dit gebeurt door middel van belichting. Eerst wordt er een lichtgevoelige emulsie op het raam aangebracht. Dit wordt in een warmtekast gedroogd. Daarna wordt de film (met het beeld) erop gemonteerd. Het raam wordt dan in het kopiëerraam gelegd. Dit wordt vacuumgezogen en rechtop gezet. Dan wordt het geheel belicht door een UV-lamp (kwikdamp). De delen van de emulsie die in aanraking zijn gekomen met licht worden hard, de delen die afgedekt zijn (door de film), blijven zacht. Als je het raam daarna uitspuit met de hogedrukspuit, lossen de zachte delen op in water. Zo ontstaat het drukbeeld.
Drukken op locatie met een handrakel.
Het rakel
De drukstrip van het rakel is meestal gemaakt van polyurethaan, geklemd in een metalen of houten houder. Bij het drukken op een handtafel wordt een handrakel gebruikt. Dit handrakel heeft twee functies, je strijkt eerst de inkt over het drukbeeld. Daarna druk je de inkt erdoorheen op het materiaal.
Het drukrakel en scheprakel wordt gebruikt bij zeefdrukautomaten. De rakels zitten op een houder (het rakelwerk). Het scheprakel strijkt het drukbeeld voor en het drukrakel drukt de inkt erdoorheen.
Omdat rakels slijten moeten ze vaak geslepen worden, anders krijg je strepen door het beeld (rakelstrepen). Dit gebeurt op een speciale rakelslijpmachine.
Drukken met de machine: Na de druk strijkt het schep-, of voorrakel inkt in de zeef voor de volgende druk.
De inkt
Er bestaan veel verschillende soorten drukinkten voor de zeefdruk. Dit komt omdat er verschillende materialen worden bedrukt. Je hebt o.a. glasinkt, papier/karton inkt, inkt voor kunststoffen en metaalinkt.
Om te kunnen drukken moeten er oplosmiddelen aan de inkt worden toegevoegd, bijvoorbeeld:
- verdunner (om de inkt dunner te maken).
- vertrager ( om de inkt langzamer te laten drogen).
- vertragingspasta (om de inkt langzamer te laten drogen zonder dat hij dunner wordt).
In de laatste decennia heeft vooral de UV (drogende) inkt een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Doordat deze met behulp van UV licht wordt gedroogd hoeven en geen oplosmiddelen in verwerkt te worden. Dit zorgt ervoor dat er bij gebruik van deze inkten geen uitstoot van schadelijke dampen plaatsvind.
Bij Krijger Zeefdruk wordt UV inkt toegepast op uiteenlopende materialen, variërend van papier tot glas.
Voor meer informatie over te bedrukken materialen klik hier.
Alle teksten en afbeeldingen zijn eigendom van Krijger Zeefdruk en mogen niet door anderen voor commerciele doeleinden worden gebruikt.